Aivres verscheepte 5,6 miljard aan Amerikaanse AI-tech
Een Amerikaanse dochter van het Chinese Inspur heeft tussen april 2024 en februari 2026 voor minstens 5,6 miljard dollar aan geavanceerde Amerikaanse technologie naar Zuidoost-Azië verscheept. Daar zat voor ruim 3 miljard dollar aan computers met Nvidia Blackwell-chips bij. Dat blijkt uit onderzoek van The New York Times, dat douanedata en bedrijfsregisters naast elkaar legde.
Een naamswijziging en de blokkade verdween
Inspur, een van de grootste servermakers ter wereld, kwam in maart 2023 op de Amerikaanse zwarte lijst van het ministerie van Handel. De Silicon Valley-vestiging veranderde daarna van naam in Aivres en bleef gewoon inkopen. De sanctie richtte zich op specifieke adressen en bedrijfsnamen van de moederorganisatie, niet op de dochter. Aivres zelf staat tot op heden niet op de entiteitenlijst.
De hardware ging niet rechtstreeks naar China. Servers belandden in datacenters in Zuidoost-Azië, waar Chinese klanten er op afstand bij kunnen. Voor die route bestaan nauwelijks regels: de chips mogen het land niet in, maar het huren van rekenkracht in Maleisië of Singapore valt buiten de exportcontroles. Volgens de Times gingen leveringen naar partijen die werken voor Alibaba en ByteDance. Een pas opgericht Chinees bedrijf, Maginfra, importeerde in een half jaar voor 700 miljoen dollar aan servers.

Handhaving die stilviel
Zes ambtenaren beschreven tegenover de krant een ministerie dat weinig animo heeft voor zaken rond China of Nvidia. Tien maanden lang werd geen enkel bedrijf aan de entiteitenlijst toegevoegd, de langste pauze in achttien jaar. Toen er wel dochterondernemingen bij kwamen, ontbrak Aivres. William George van dataleverancier ImportGenius noemt het patroon lastig anders te lezen dan als een door de staat gesteund netwerk om exportcontroles te omzeilen.
Nvidia laat via woordvoerder John Rizzo weten geen omgeleide producten te steunen en alleen te verkopen aan vaste partners die zich aan de regels houden. Aivres reageerde niet. Het beeld sluit aan bij eerdere zaken, zoals de aanklacht in Taiwan tegen negen mensen om gesmokkelde B300-servers, en bij de wisselende koers in Washington, waar Nvidia sinds augustus weer H200-chips aan China mag verkopen.
Wat betekent dit
Exportcontrole op AI-hardware werkt zolang je fysieke dozen volgt. Zodra rekenkracht een dienst is die je over een glasvezelkabel afneemt, wordt de grens een boekhoudkundig begrip. Dat verklaart waarom Chinese labs ondanks de beperkingen modellen blijven publiceren die meedoen aan de top, van Moonshot AI tot de open modellen die elders als bouwsteen dienen. Voor Europese inkopers is de les praktischer: wie GPU-capaciteit huurt bij een aanbieder in Azië, weet vaak niet wie de rest van dat rack gebruikt. Die vraag stellen is geen overdreven voorzichtigheid meer.
