AI-datacenters drijven de stroomprijs op in de VS
De rekening voor de AI-boom komt op een onverwachte plek binnen: de energiemeter van gewone huishoudens. In grote delen van de Verenigde Staten stijgen de stroomprijzen sneller dan in jaren, en netbeheerders wijzen naar de datacenters die modellen zoals GPT-5.6 en Claude Opus 5 draaiende houden. De politiek reageert met belastingen, moratoria en nieuwe regels.
Wat de stroomrekening laat zien
De cijfers zijn concreet. In het net van PJM, dat ongeveer 65 miljoen Amerikanen in dertien staten bedient, schoot de prijs op de capaciteitsveiling van 28,92 dollar per megawatt-dag (2024/25) naar 269,92 dollar een jaar later. Voor 2026/27 raakte de veiling het door toezichthouder FERC vastgestelde plafond van 329,17 dollar. De onafhankelijke marktmonitor van PJM schreef 63 procent van die sprong, goed voor 9,3 miljard dollar in één jaar, toe aan datacenters. Voor huishoudens telt dat op. De gemiddelde stroomprijs in de VS lag in februari 2026 op 17,44 dollarcent per kilowattuur, ruim 36 procent hoger dan in 2020, aldus cijfers die Consumer Reports aanhaalt.

De politiek grijpt in
Wetgevers reageren stevig. Virginia voerde per 1 juli 2026 de eerste directe datacenter-stroombelasting van het land in, 0,011 dollar per kilowattuur op alle elektriciteit die datacenters gebruiken. In meer dan dertig staten liggen samen ruim 300 wetsvoorstellen over datacenters, van moratoria tot heffingen. Op federaal niveau dienden senator Bernie Sanders en afgevaardigde Alexandria Ocasio-Cortez eerder dit jaar een voorstel in om nieuwe datacenters boven 20 megawatt stil te leggen tot er brede AI-regels zijn. Het Witte Huis koos een zachtere route en liet grote techbedrijven beloven dat zij de volledige kosten dragen van de stroom die hun datacenters aan het net onttrekken, meldt CNBC. Dat de bouwdrift doorzet, blijkt uit projecten zoals het datacenter van 30 miljard dollar dat OpenAI in Georgia neerzet en de 250 miljard dollar aan capaciteit waarvoor Nvidia garant staat.
Is het net echt overbelast?
Niet iedereen deelt het doembeeld. Denktank ITIF betoogde in april dat het elektriciteitsnet de groei aankan, mits netbeheerders op tijd investeren en datacenters hun verbruik flexibel maken op piekmomenten. Chipfabrikanten en modelbouwers wijzen op efficiëntiewinst. OpenAI liet GPT-5.6 zijn eigen GPU-kernels optimaliseren om per verwerkt token minder stroom te verbruiken. De vraag is of die winst opweegt tegen de snelheid waarmee nieuwe hallen verrijzen. Zolang de vraag naar rekenkracht harder groeit dan de efficiëntie, blijft het totale verbruik stijgen.
Wat dit betekent
Voor de AI-sector wordt energie een harde randvoorwaarde, geen voetnoot. Waar Europa vooral via de EU AI Act op transparantie en risico stuurt, draait het Amerikaanse debat om een simpelere vraag: wie betaalt de stroomrekening? Loopt die op bij huishoudens, dan groeit de politieke weerstand tegen nieuwe datacenters, en daarmee de kans op hogere heffingen en tragere vergunningen. De les voor bedrijven die op AI leunen: reken de energiekosten en de regels rond datacenters vanaf nu mee in elke planning, want goedkope rekenkracht is geen vanzelfsprekendheid meer.
