China wil vooraf weten wanneer gezinnen van AI-topmensen reizen
China legt de reisregels voor zijn AI-sector verder aan banden. Partners en kinderen van een deel van de bestuurders bij Chinese AI- en chipbedrijven moeten voortaan toestemming van Beijing vragen voordat ze naar het buitenland gaan, ook voor een korte vakantie of een familiebezoek. Dat meldde Bloomberg op 28 september. Volgens het persbureau hebben overheidsinstanties de eerste betrokkenen daar al over ingelicht.
Van topmensen naar hun gezinnen
De maatregel bouwt voort op regels uit mei. Toen berichtte Bloomberg al dat topmensen bij private AI-bedrijven zoals Alibaba en DeepSeek een reis naar het buitenland vooraf moesten laten goedkeuren. Zulke controles kende China eerder vooral voor ambtenaren, bestuurders van staatsbedrijven en een deel van de universitaire onderzoekers. Dat private techbedrijven nu onder hetzelfde regime vallen, is nieuw.
Het gaat om oprichters en bestuurders van bedrijven die Beijing strategisch belangrijk vindt voor de nationale veiligheid. Een volledig reisverbod is het niet: wie wil reizen, moet vooraf toestemming krijgen. Welke dienst daarover beslist en hoe familieleden een aanvraag indienen, is volgens WinBuzzer nog onduidelijk. Het Chinese ministerie van Industrie en Informatietechnologie reageerde niet op vragen van Bloomberg.

Nieuwe wet sinds 15 september
Juridisch heeft Beijing sinds kort een steviger basis. Op 15 september ging een regeling van de Chinese Staatsraad in die het ministerie van Handel en andere diensten toestaat burgers het land niet uit te laten als schending van exportregels of technologiehandel de industriële of technologische veiligheid bedreigt. In de gepubliceerde tekst staat niets over familieleden, schrijft WinBuzzer. De nieuwe praktijk rond gezinnen lijkt dus vooral via informele kanalen te lopen.
Het doel is volgens Bloomberg duidelijk: voorkomen dat kennis en bedrijfsinformatie naar de Verenigde Staten weglekt. The Next Web plaatst het besluit naast eerdere ingrepen, zoals de opdracht van Beijing om de overname van AI-startup Manus door Meta, een deal van 2 miljard dollar, terug te draaien.
Talent als staatszaak
China heeft reden om zijn mensen vast te houden. The Next Web wijst op een studie van Carnegie waaruit blijkt dat inmiddels meer elite-AI-onderzoekers in China werken dan in de VS. Over die verschuiving schreven we eerder in ons stuk over de strijd om elite-AI-talent tussen China en de VS. Chinese bedrijven zitten financieel in de lift: DeepSeek haalde een miljard dollar omzet en denkt aan een beursgang, en Chinese chipmakers zagen hun winst fors stijgen.
Tegelijk laat het Westen zien hoe mobiel AI-talent is. Toen onderzoekers massaal vertrokken bij Google DeepMind om eigen bedrijven op te richten, konden ze gewoon gaan. Die vrijheid ontbreekt in China steeds vaker, en nu dus ook voor de mensen thuis.
Wat betekent dit
Voor westerse bedrijven die met Chinese AI-partners samenwerken, wordt persoonlijk contact lastiger. Een conferentie in Europa of een werkbezoek in Silicon Valley vraagt voor sleutelfiguren nu om toestemming van de staat, en misschien ook voor hun gezin. Voor Chinese bestuurders zelf verandert het werk in een baan met een politieke prijs. De regels maken het lastiger voor Amerikaanse bedrijven om Chinees toptalent weg te kapen. Het is ook een signaal dat Beijing AI behandelt zoals het ooit de ruimtevaart en defensie behandelde: als staatsbelang, met de mensen erbij.
