Europese leraren gebruiken AI, maar geloven er niet in
3 mins read

Europese leraren gebruiken AI, maar geloven er niet in

Bijna twee derde van de Europese leraren pakt inmiddels AI erbij tijdens het werk. Slechts een kleine minderheid denkt dat leerlingen er beter van worden. Die kloof staat centraal in de European Teacher Survey die Sanoma Learning op 24 september publiceerde, gebaseerd op antwoorden van ruim 20.000 leraren in veertien Europese landen, waaronder Nederland en Vlaanderen. Het veldwerk deed onderzoeksbureau GfK.

63 procent gebruikt AI, 16 procent ziet resultaat

Het gebruik van AI onder leraren is gestegen naar 63 procent. Tegelijk zegt 16 procent dat algemene AI-tools de leerresultaten verbeteren. Het vertrouwen in de eigen vaardigheid groeit sneller dan het vertrouwen in de techniek: 42 procent voelt zich zeker bij het werken met generatieve AI, tegen 28 procent in de vorige meting. Driekwart van de ondervraagden houdt zorgen over wat AI met de kwaliteit van het onderwijs doet.

Over leerlingen zijn leraren nog terughoudender. Een derde vindt het goed dat leerlingen algemene AI-tools op school gebruiken. Dat verschil tussen eigen gebruik en gebruik door leerlingen verklaart waarom schoolbesturen op beide sporen zoeken. In Los Angeles besloot het schooldistrict AI af te sluiten op alle schoolapparaten, en New York koos voor een verbod op chatbots voor de jongste leerlingen.

Leerlingen werken met laptops en schriften terwijl de docent langs de tafels loopt

Liever gereedschap dat voor de les is gemaakt

De duidelijkste uitkomst gaat over het soort tool. Afhankelijk van het land zegt 75 tot 93 procent van de leraren dat AI in het onderwijs speciaal voor onderwijs gebouwd moet zijn. In Polen is dat 93 procent, in Finland 88 procent. Leraren willen dus geen consumentenchatbot met een schooljasje om, maar functies die in hun lesmateriaal zitten en die de didactiek volgen.

“Leraren zien dat AI tijd kan besparen, maar ze zijn er niet van overtuigd dat het de leerresultaten verbetert”, zegt Cristina Taroiu, Chief Strategy Officer bij Sanoma Learning, in het persbericht. Dat is precies het gat waar uitgevers en edtech-bedrijven nu in stappen, met producten als Khanmigo dat live diagrammen tekent met Gemini.

Papier verdwijnt niet

Het onderzoek laat ook zien hoe traag de verschuiving in lesmateriaal gaat. In Finland werkt 80 procent van de leraren in het basisonderwijs en de onderbouw nog het liefst met papieren materiaal, in Zweden 62 procent. Digitalisering en AI lopen daar dus niet gelijk op met de voorkeur van de mensen die het werk doen. Bij leerlingen zelf verandert het gedrag sneller: Noors onderzoek liet zien dat jongeren half zo vaak via Google zoeken als een paar jaar terug.

Wat betekent dit

Voor scholen is de les vooral praktisch. Leraren zijn de drempel van het uitproberen al over, dus een beleid dat alleen over toestaan of verbieden gaat, loopt achter de feiten aan. De vraag is nu welke tools je aanbiedt en hoe je merkt of leerlingen er iets van leren. Voor leveranciers geldt hetzelfde: een generieke assistent is niet genoeg, want 16 procent overtuigde leraren betekent dat het bewijs nog geleverd moet worden. Wie dat bewijs wel op tafel legt, met resultaten uit echte klassen, heeft in Europa een grote en al nieuwsgierige markt.