Artsen accepteren AI bij scans, maar niet daarbuiten
3 mins read

Artsen accepteren AI bij scans, maar niet daarbuiten

Amerikaanse artsen en verpleegkundigen gebruiken drie keer zo vaak AI als een jaar geleden, en tegelijk groeit de lijst met taken waar ze de technologie buiten willen houden. Dat blijkt uit een enquête onder 355 artsen en verpleegkundigen die Wolters Kluwer in maart 2026 liet uitvoeren. De Financial Times tekende deze week op hoe die weerstand in de praktijk uitpakt: leveranciers verkopen AI voor steeds meer klinische taken, maar de invoering blijft steken bij de inkoopafdeling.

Beeldvorming mag, klinisch oordeel niet

De scheidslijn die uit het onderzoek naar voren komt is opvallend scherp. Beeldvorming en diagnostiek staan aan de geaccepteerde kant. Documentatie, behandeladviezen, communicatie met patiënten en alles wat aan klinisch oordeel raakt staan aan de andere kant.

Dat verschil laat zich verklaren door hoe de prestaties te meten zijn. Een model dat een longnodule op een CT-scan aanwijst, kan worden afgezet tegen een radioloog en tegen de uiteindelijke diagnose. Die vergelijking is gepubliceerd en peer-reviewed. Een systeem dat een behandeling voorstelt of een consultverslag schrijft, heeft geen vergelijkbaar ijkpunt, en dus ook geen vergelijkbare bewijslast doorlopen.

Verpleegkundige achter een werkstation op een ziekenhuisafdeling in de avond

Wat zorgverleners precies vrezen

Van de ondervraagden noemt 74 procent deskilling als zorg: het risico dat de eigen diagnostische vaardigheid afslijt en dat je daardoor de fouten van het model niet meer opmerkt. Eenzelfde 74 procent wijst op hallucinaties, antwoorden die met stelligheid worden gepresenteerd en feitelijk niet kloppen. Die twee versterken elkaar, wat de kern van het bezwaar is: wie leunt op een systeem dat af en toe zelfverzekerd iets verzint, verliest juist het oordeel dat nodig is om dat te zien.

Daar komt een derde zorg bij. Van de respondenten maakt 72 procent zich druk over adverteerdersbelangen die in aanbevelingen doorsijpelen. Ondertussen weet maar 27 procent of het eigen ziekenhuis überhaupt beleid heeft voor het gebruik van AI. In 2025 was dat 21 procent. Het gebruik verdrievoudigde in datzelfde jaar, de governance kroop met zes procentpunten omhoog.

Bewijs blijft schaars

De terughoudendheid sluit aan bij wat toezichthouders zelf zien. Eerder bleek al dat bijna geen AI-hulpmiddel in de zorg op patiënten is getest voordat het op de markt kwam. Tegelijk gaat de uitrol door: de Mayo Clinic heeft inmiddels zo’n 150 AI-modellen in gebruik, en OpenAI kreeg dit jaar leesrechten voor ChatGPT in Epic-dossiers. Ook aan de aanbodkant blijft het druk, met deze week nog een open medisch model van Alibaba voor CT-scans.

Wat betekent dit

Voor ziekenhuizen verschuift de vraag van of ze AI inzetten naar waar het instrument ophoudt. Artsen hanteren hier gewoon de standaard die ze ook op medicijnen en hulpmiddelen loslaten: eerst bewijs, dan gebruik. Dat is geen technofobie, het is de beroepsnorm.

Voor leveranciers betekent het dat een demo niet langer volstaat. Wie een model verkoopt voor triage, verslaglegging of behandeladvies zal met gepubliceerde uitkomsten uit de echte praktijk moeten komen, niet met benchmarkscores. En voor bestuurders ligt er een concreet gat: zolang driekwart van het eigen personeel niet weet welk AI-beleid er geldt, is elke verdere uitrol een kwestie van hopen dat het goed gaat.