AI-bouwgolf kost 10,3 biljoen dollar tot 2032
3 mins read

AI-bouwgolf kost 10,3 biljoen dollar tot 2032

De Amerikaanse bouwgolf rond AI wordt in verhouding tot de economie groter dan de aanleg van de spoorwegen, de elektriciteitsnetten en het snelwegennet. Dat staat in een nieuwe analyse van de Brookings Institution, geschreven door Stijn van Nieuwerburgh, hoogleraar financiering en vastgoed aan Columbia Business School.

10,3 biljoen dollar in acht jaar

Van Nieuwerburgh komt tussen 2025 en 2032 uit op 10,3 biljoen dollar aan investeringen in datacentergebouwen, stroomvoorziening, netwerkapparatuur en gespecialiseerde chips. Dat is gemiddeld 3,63 procent van het Amerikaanse bruto binnenlands product per jaar. Ter vergelijking: de spoorwegboom aan het eind van de negentiende eeuw slokte ongeveer 2,2 procent van het jaarlijkse bbp op, en dat was tot nu toe het record. De aanleg van het interstate-snelwegennet en de telecomuitbreiding vanaf halverwege de jaren negentig bleven allebei ruim onder een derde van het AI-aandeel, aldus het Brookings-rapport.

Wat die cijfers concreet maakt, zie je terug in de deals van de afgelopen weken. Akamai legde een contract van 11,6 miljard dollar met Anthropic vast, Alibaba kondigde een datacenter in Nederland aan en Anthropic bouwt capaciteit in Queensland. Elk van die aankondigingen is een stukje van dezelfde optelsom.

Hoogspanningsmasten en transformatoren van een onderstation in open landschap bij schemering

Het geld verhuist van Big Tech naar de kapitaalmarkt

Het tweede deel van de analyse gaat over wie de rekening draagt. Tot voor kort financierden Microsoft, Google, Amazon en Meta hun datacenters grotendeels uit eigen kasstromen en gewone bedrijfsobligaties. Dat schuift op, schrijft Van Nieuwerburgh, richting lease-constructies, joint ventures, projectfinanciering, private credit, securitisaties en special purpose vehicles. Verplichtingen belanden daarmee buiten de balans van de techreuzen en bij pensioenfondsen, verzekeraars en kredietfondsen.

Daar zit volgens Brookings het systeemrisico. Zodra de vraag naar rekenkracht tegenvalt of de kosten per prestatie sneller dalen dan verwacht, staan er gebouwen en contracten waarvan de opbrengst niet meer klopt met de aanname bij ondertekening. Dat het rekenwerk zelf goedkoper wordt is inmiddels zichtbaar: de prijs per AI-prestatie daalt met tientallen procenten per kwartaal. Prettig voor gebruikers, lastig voor wie zijn rendement baseert op contracten van zeven jaar.

Waarom dit ook voor Europa telt

De studie gaat over de Verenigde Staten, maar de hardware, de bouwers en het kapitaal zijn internationaal. Nederlandse en Duitse netbeheerders lopen tegen dezelfde aansluitproblemen aan, en Brussel werkt aan minimumeisen en energielabels voor datacenters. Als een Amerikaanse correctie de bouwmarkt raakt, verandert dat ook de planning van Europese projecten en de prijzen van chips en transformatoren.

Wat betekent dit

De cijfers van Brookings maken vooral duidelijk hoe groot de weddenschap is die achter de huidige AI-diensten zit. Wie nu Copilot of ChatGPT gebruikt, gebruikt capaciteit die is gefinancierd met de aanname dat de vraag nog jaren blijft groeien. Voor bedrijven die hun processen op AI inrichten, is de praktische les niet dat het misgaat, maar dat prijzen en beschikbaarheid de komende jaren kunnen bewegen. Contracten met een looptijd van drie jaar of langer verdienen daarom een clausule over prijsherziening.