China haalt VS in als thuisbasis van AI-toptalent
China huisvest sinds vorig jaar meer AI-toponderzoekers dan de Verenigde Staten. Dat blijkt uit onderzoek van Carnegie China, dat woensdag werd beschreven door Claudia Chong in The Information. Het Chinese aandeel in de mondiale top steeg van 27,1 procent in 2022 naar 40,6 procent in 2025. Het Amerikaanse aandeel zakte in dezelfde periode van 46,4 procent naar 34,2 procent.
Die verschuiving gaat hard. Binnen drie jaar wisselden de twee landen van plek, en het gat is inmiddels ruim zes procentpunt in het voordeel van China.
Waar het talent blijft
Carnegie keek naar de vraag waar onderzoekers werken, niet waar ze geboren zijn. Dat onderscheid doet er toe, want een groeiend deel van de wereldwijde AI-top is van Chinese herkomst en juist die groep verlaat de VS vaker of komt er niet meer heen. Carnegie noemt het visumbeleid vanaf 2018 als belangrijke factor: voorstellen om Chinese studenten te weren maakten voor veel promovendi onduidelijk of ze hun studie konden afmaken en daarna mochten blijven werken.
Tegelijk is er in China iets te kiezen. Labs als DeepSeek, Alibaba, Moonshot en Xiaomi publiceren in hetzelfde tempo als hun westerse tegenhangers en betalen inmiddels salarissen die met Silicon Valley kunnen concurreren. Xiaomi gaf deze week nog MiMo-Flash en zevenduizend RL-omgevingen vrij, het soort werk waarmee een lab onderzoekers aantrekt.

Hardware is de rem, mensen niet
De cijfers zeggen niets over rekenkracht, en daar zit voor Chinese labs nog wel de knel. Amerikaanse exportregels houden de nieuwste Nvidia-chips buiten bereik, en het Congres wil die controles verder aanscherpen. Chinese bedrijven zoeken daarom alternatieven: DeepSeek wil trainen op Huawei-chips en Alibaba presenteerde vorige week de Zhenwu V900, een eigen AI-versneller.
Personeel is daarmee de factor die het snelst kan kantelen. Een fabriek voor geavanceerde chips bouw je in jaren, een onderzoeksteam kun je in maanden samenstellen als de mensen beschikbaar zijn.
Wat betekent dit
Voor Europa is dit een ongemakkelijk cijfer, want in beide percentages zit Europa niet. De EU levert onderzoekers die vervolgens in San Francisco of Hangzhou aan de slag gaan, en die uitstroom staat niet in deze telling. De Nederlandse inzet op een gecombineerde chip- en AI-strategie in Brussel richt zich vooral op productie en rekencapaciteit, minder op de vraag waar onderzoekers hun loopbaan voortzetten.
Praktisch verandert er voor bedrijven die AI inkopen weinig op korte termijn. Op langere termijn wel: wie de onderzoekers heeft, bepaalt welke modellen er over drie jaar zijn en onder welke voorwaarden ze te gebruiken zijn. Dat de VN-Veiligheidsraad deze week voor het eerst Amerikaanse en Chinese labs samen aan tafel zette, past bij dat besef. De discussie over AI-macht gaat niet meer alleen over chips en datacenters, maar ook over wie de mensen aan boord houdt.
