NSA geeft miljarden uit aan testen van AI-modellen
3 mins read

NSA geeft miljarden uit aan testen van AI-modellen

De Amerikaanse inlichtingendienst NSA geeft dit jaar miljarden dollars uit aan het testen en doorlichten van geavanceerde AI-modellen. Dat blijkt uit geheime begrotingsramingen die aan het Congres zijn voorgelegd, schrijft The Washington Sun. Het bedrag ligt fors hoger dan tot nu toe publiek bekend was.

Wat de NSA precies doet

Het werk loopt via het Artificial Intelligence Security Center van de dienst. Dat onderdeel onderzoekt frontier-modellen op kwetsbaarheden die de nationale veiligheid raken: kan een model helpen bij het binnendringen van netwerken, laat het zich misleiden, en wat gebeurt er als een buitenlandse actor het in handen krijgt. Aanleiding waren volgens de krant enkele spraakmakende hackincidenten waarbij AI-systemen een rol speelden.

De grootste kostenpost is niet personeel maar rekenkracht. Om een model van de nieuwste generatie serieus door te lichten, moet je het draaien, en dat betekent GPU’s huren of kopen op een markt waar de prijzen al maanden stijgen. Daar komt bij dat topsalarissen voor AI-onderzoekers in de private sector ver buiten het bereik van een overheidsdienst liggen.

Technicus loopt door een gang met serverracks in een datacenter

Waarom het bedrag politiek gevoelig ligt

De ramingen zetten lopende wetsvoorstellen in een ander licht. Het Congressional Budget Office raamde de AI Security and Innovation Act, een tweepartijdig voorstel voor een centrum dat AI-risico’s in kaart brengt, op ongeveer 20 miljoen dollar per jaar. Een ander wetsvoorstel voor een meldsysteem kwam uit op 36 miljoen dollar over vijf jaar. De werkelijke uitgaven van de NSA liggen dus een factor duizend hoger dan wat politici als prijskaartje voor toezicht hanteren.

Voor Kamerleden roept dat een ongemakkelijke vraag op: als één dienst al miljarden kwijt is aan het testen van modellen, wat kost een volwaardig federaal toezichtstelsel dan? Sommigen komen uit op tientallen miljarden per jaar. Dat argument speelt precies op het moment dat het Witte Huis weinig voelt voor strengere AI-regels en de sector zelf een eigen toezichthouder optuigt.

Wie moet de rekening betalen

Nathan Calvin, general counsel bij belangenorganisatie Encode, noemt eigen evaluatiecapaciteit bij de overheid volgens de krant “extreem belangrijk en noodzakelijk”, maar erkent dat het echt duur is. Daarmee ligt de kernvraag op tafel: draaien de labs zelf op voor de kosten van veiligheidstesten, of de belastingbetaler? Nu is het vooral het laatste, terwijl de bedrijven die getest worden honderden miljarden aan rekencontracten afsluiten.

Die discussie loopt parallel aan eerdere voorstellen, zoals de dertig dagen review voor nieuwe frontier-modellen en de afspraken die Dario Amodei bij de VN bepleitte.

Wat betekent dit

De cijfers laten zien dat overheidstoezicht op AI geen papieren exercitie is maar een infrastructuurproject. Wie modellen wil testen, heeft dezelfde dure chips nodig als wie ze bouwt. Voor Nederlandse en Europese beleidsmakers is dat een nuchter signaal: een AI-toezichthouder zonder eigen rekenkracht kan hooguit documenten lezen. En voor bedrijven die met deze modellen werken betekent het dat de veiligheidsclaims van leveranciers voorlopig vooral door de leveranciers zelf worden onderbouwd.