Duurdere geheugenchips jagen AI-investeringen omhoog
De echte reden achter de recordbudgetten van Big Tech ligt niet in nieuwe chips of datacenters, maar in het geheugen. Duurdere DRAM en high-bandwidth memory (HBM) drijven de AI-uitgaven naar hoogtes die analisten begin dit jaar nog niet zagen aankomen. Microsoft trok zijn kapitaaluitgaven voor 2026 op naar 190 miljard dollar, fors boven de gemiddelde verwachting van 152 miljard. Een kwart daarvan, zo’n 25 miljard, schrijft financieel directeur Amy Hood rechtstreeks toe aan gestegen prijzen voor geheugen en componenten. Dat meldde CNBC na de kwartaalcijfers.
Geheugenprijzen meer dan verdrievoudigd
Sinds vorig najaar zijn de prijzen voor geheugen en opslag hard opgelopen, in sommige gevallen meer dan drie keer zo duur, aldus Tom’s Hardware. De oorzaak is bekend: de honger naar AI-infrastructuur. HBM-stapels voor de nieuwste versnellers van NVIDIA zijn schaars, en fabrikanten krijgen de productie niet snel genoeg omhoog. Wie vandaag een AI-cluster bouwt, betaalt dus niet alleen voor rekenkracht maar ook een flinke premie voor het geheugen dat die rekenkracht voedt.
Microsoft staat daarin niet alleen. Meta wees bij zijn eigen verhoging naar “hogere componentprijzen dit jaar, met name geheugen”, naast duurdere grond, stroom en personeel. Samen met Google en Amazon tikt de capex van de vier grootste techbedrijven volgens Tom’s Hardware in 2026 de 725 miljard dollar aan, een stijging van 77 procent ten opzichte van vorig jaar.
Van kostenpost naar strategisch risico
De prijsstijging verandert de rekensom voor iedereen die AI wil draaien. Een groter deel van het budget gaat naar hardware die twee jaar geleden nog een bijzaak was. Dat raakt niet alleen de hyperscalers, maar ook de toeleveranciers en beurzen die op de sector meebewegen. De nervositeit was eerder al zichtbaar toen Aziatische AI-chipaandelen kelderden na een recordrally. Tegelijk proberen partijen als Qualcomm de afhankelijkheid van dure NVIDIA-hardware te doorbreken, zoals bleek toen het bedrijf NVIDIA uitdaagde met een eigen datacenterchip.
Voor de bredere markt blijft de richting duidelijk. Gartner rekent erop dat de wereldwijde AI-bestedingen dit jaar naar 2,6 biljoen dollar groeien. De vraag is niet langer of bedrijven investeren, maar tegen welke prijs. Dat de investeringen ook omzet opleveren, lieten Microsoft en Alphabet eerder al zien, al bleef de markt nerveus.
Wat betekent dit
De AI-boom draait steeds meer om een grondstof die weinig aandacht kreeg: geheugen. Zolang de vraag naar HBM het aanbod overtreft, blijven de budgetten stijgen en drukken de kosten op de marges. Voor kleinere spelers wordt de drempel om zelf te trainen hoger, waardoor de macht verder verschuift naar wie de diepste zakken heeft. Wie de komende maanden naar de kwartaalcijfers kijkt, doet er goed aan niet alleen naar de omzet uit AI te kijken, maar vooral naar de prijs van het geheugen dat AI mogelijk maakt.
