Een op vijf werknemers geeft taken van collega’s aan AI
Een op de vijf Amerikaanse werknemers zegt dat AI inmiddels werk doet dat eerder naar een collega of een ingehuurde kracht ging. Dat blijkt uit een peiling die Ipsos uitvoerde voor onderzoeksbureau Epoch AI, gepubliceerd op 6 augustus. Het is een van de eerste metingen die niet vraagt of mensen AI gebruiken, maar wat er precies uit hun takenpakket verdwijnt.
Wat het onderzoek precies meet
Ipsos ondervroeg tussen 10 en 19 juli 1.106 werkende volwassenen via KnowledgePanel, een steekproef op kansbasis, gescreend uit 1.747 respondenten. De foutmarge ligt op 3 procentpunt bij 95 procent betrouwbaarheid. Alec Tyson, senior vice president US Public Affairs bij Ipsos, omschrijft het onderzoek als een blik op hoe werkende Amerikanen AI in hun werkstroom inpassen.
Bijna de helft van de werkende volwassenen gebruikte AI op het werk. Wekelijks gebruik blijft een minderheid: ongeveer drie op de tien. De 20 procent die taken doorschuift, is dus een deelverzameling van een veel bredere gebruikersgroep.

Welke taken verschuiven
De verschuiving zit vooral in kantoorwerk dat zich makkelijk laat opschrijven. Bij data-analyse zegt 7,1 procent van de werkenden dat AI werk overnam dat eerder bij iemand anders lag. Voor het doornemen van werkdocumenten is dat 5,7 procent, voor het bijhouden van administratie 5,3 procent.
Het gewone gebruik ligt veel hoger dan die overnamecijfers. Van de mensen die systemen of software ontwerpen zet 57 procent AI in, bij data-analyse is dat 46 procent en bij het lezen van werkdocumenten 39 procent. Administratie sluit de rij met 25 procent. Dat past bij wat we eerder zagen toen IBM OpenAI-modellen uitrolde onder zijn consultants en bij de opmars van juridische systemen zoals Legora: AI kruipt eerst in het voorwerk, niet in het eindoordeel.
Tijdwinst is er, maar niet altijd
Van de werknemers die AI een deel van een taak lieten doen, zegt 37 procent tijd te besparen. Laat je het model het meeste of het hele karwei doen, dan loopt dat op naar 53 procent. Tegelijk meldt ongeveer 17 procent dat een taak juist langer duurde, en dat percentage verandert nauwelijks met de hoeveelheid AI-inzet.
Over de kwaliteit van de output zijn de respondenten redelijk mild. Twee derde gebruikt het resultaat ongewijzigd of met kleine aanpassingen, al is de groep die er echt niets aan verandert klein: 6 procent. Ruim een kwart moet stevig herschrijven, 5 procent doet het werk grotendeels opnieuw. Wie de discussie volgt over agents die steeds minder om toestemming vragen, ziet hier de nuchtere praktijk: de mens blijft aan het eind van de keten zitten.
Wat betekent dit
Het cijfer van 20 procent is geen bewijs dat er banen verdwijnen. Het meet iets specifiekers: werk dat vroeger werd uitbesteed aan een collega of freelancer belandt nu bij een model. Voor uitzendkrachten, junioren en externe specialisten die precies dat soort deelopdrachten deden, is dat wel de plek waar het eerst voelbaar wordt. Bedrijven die hun personeelsbestand tegen het licht houden, zoals Oracle deed bij zijn laatste reorganisatie, kunnen zich op deze cijfers beroepen.
Epoch AI, dat eerder liet zien dat de rekenkracht achter AI-modellen elke zeven maanden verdubbelt, meet met deze peiling de andere kant van dezelfde curve. De capaciteit groeit snel, het gebruik op de werkvloer volgt in kleinere stappen. Nederlandse werkgevers die willen weten waar hun eigen verschuiving zit, kunnen beter naar taken kijken dan naar functies.
