China bestelt 35 miljard dollar aan Nvidia-kaarten
3 mins read

China bestelt 35 miljard dollar aan Nvidia-kaarten

ByteDance, Alibaba en Tencent hebben samen meer dan drie miljoen RTX PRO 5500-kaarten bij Nvidia besteld, met een catalogusprijs van ruim 35 miljard dollar. Dat meldde Reuters op 20 oktober op basis van ingewijden. De drie bedrijven wilden niet reageren. Opvallender dan het bedrag is wat Nvidia zijn klanten erbij vertelt: die orders kan het niet waarmaken.

Een werkstationkaart als noodoplossing

De RTX PRO 5500 is geen datacenterchip maar een werkstationkaart, en juist daarom mag hij naar China. Nvidia’s Blackwell-generatie B300 is voor Chinese kopers verboden en voor de H200 moet per geval een licentie worden aangevraagd. Wat overblijft is dit soort hardware, volgens Reuters zo’n 11.400 dollar per stuk. Chinese bedrijven willen de kaarten vooral inzetten voor inferentie, dus het draaien van bestaande modellen in plaats van het trainen van nieuwe.

Dat verklaart ook waarom de vraag zo scheef staat. Trainen vereist strak gekoppelde clusters met snelle interconnects, iets waar een werkstationkaart niet voor is gemaakt. Inferentie laat zich veel beter over losse machines verdelen. Chinese aanbieders schalen hun gebruik op met wat ze kunnen krijgen, en dat zijn stapels kleinere kaarten.

Gang met serverracks in een datacenter met blauwe verlichting

De rekensom loopt niet rond

Volgens de bronnen van Reuters ligt de totale Chinese vraag boven de zes miljoen kaarten, terwijl Nvidia aangeeft in 2027 wereldwijd niet meer dan drie miljoen exemplaren te kunnen maken. Een van de ingewijden zegt dat partners mogelijk maar vijf tot tien procent van hun aanvraag geleverd krijgen. Nvidia heeft klanten laten weten dat het niet kan garanderen dat de orders worden gevuld.

Een orderboek van 35 miljard dollar zegt in dat licht vooral iets over de intentie, niet over de omzet. Wie veel bestelt in een markt op rantsoen, maakt kans op een iets groter deel van de verdeling. De cijfers die nu rondgaan, zijn dus eerder een momentopname van schaarste dan een voorspelling van leveringen.

Waarom China het met minder moet doen

De exportregels duwen Chinese bedrijven twee kanten op. Ze kopen wat nog mag, en ze halen tegelijk meer uit minder. DeepSeek bracht deze week zijn inferentie-engine DeepInfer als open source uit, met ondersteuning voor zowel Nvidia-GPU’s als de Ascend-NPU’s van Huawei. Dat soort software maakt het verschil tussen hardware-generaties kleiner. Ook de grijze kanalen blijven in beweging: Taiwan werkt aan wetgeving om smokkel van AI-chips naar China strafbaar te stellen.

Ondertussen zoeken dezelfde partijen geld voor hun uitbreiding. Tencent leende eerder deze maand goedkoop in yuan om zijn AI-capaciteit uit te breiden. En de krapte zit niet alleen bij de kaarten zelf: ASML liet bij zijn kwartaalcijfers weten de vraag naar chipmachines niet bij te kunnen benen.

Wat betekent dit

Voor Nederlandse organisaties die AI-diensten uit China afnemen of die met Chinese modellen werken, is de boodschap dat de rekencapaciteit daar structureel beperkt blijft. Dat drukt niet per se op de kwaliteit van de modellen, want die zijn de afgelopen maanden juist efficienter geworden, maar het beperkt wel hoeveel gebruikers een aanbieder tegelijk kan bedienen en tegen welke prijs. Voor Nvidia is het verhaal dubbel. De vraag uit China is er onverminderd, maar die vraag omzetten in leveringen lukt niet zolang de regels bepalen welke kaart wel en niet de grens over mag.