Meta enige AI-lab dat overheidstest weigert
3 mins read

Meta enige AI-lab dat overheidstest weigert

Alle grote Amerikaanse AI-labs op één na laten de overheid hun krachtigste modellen keuren voordat ze naar buiten komen. Met de toetreding van Google DeepMind, Microsoft en xAI dit voorjaar sluit de rij zich rond het pre-release-testprogramma van het Center for AI Standards and Innovation (CAISI). Meta is nu het enige frontier-lab dat nog niet meedoet, en het Witte Huis dringt aan.

Wat CAISI precies test

CAISI valt onder het Amerikaanse ministerie van Handel en beheert het TRAINS-programma, voluit Testing Risks of AI for National Security. Daarin krijgen overheidsonderzoekers toegang tot een model voordat het publiek beschikbaar is, om te kijken hoe ver het gaat op gevoelige terreinen: cyberaanvallen, biologische risico’s en chemische wapens. Volgens CAISI zijn er inmiddels meer dan 40 modelbeoordelingen afgerond, waaronder van systemen die nog niet waren uitgebracht. OpenAI en Anthropic doen al sinds 2024 mee; Google DeepMind, Microsoft en xAI kwamen er in mei 2026 bij, zo meldde Tom’s Hardware.

Serverrijen in een datacenter waar frontier-AI-modellen draaien

De juridische basis

De afspraken staan niet op zichzelf. Op 2 juni 2026 tekende president Trump Executive Order 14409, die een vrijwillig kader vastlegt: labs kunnen een model tot 30 dagen voor de release aan de overheid tonen voor een veiligheidstoets. Het decreet stelt uitdrukkelijk dat er geen verplichte vergunning of preclearance komt; deelname blijft vrijwillig. Binnen 60 dagen moeten Treasury, NSA, CISA en NIST een geheim benchmarkproces opzetten dat bepaalt wanneer een model als covered frontier model geldt. Die opzet, waarbij de staat steeds vaker als poortwachter fungeert, past in een bredere verschuiving waarbij modellen eerst langs de overheid moeten.

Meta houdt de boot af

Waarom Meta niet meedoet, is niet openbaar. Het bedrijf heeft zich publiekelijk niet vastgelegd op het CAISI-traject, terwijl de regering-Trump volgens berichtgeving van AI Weekly direct aandringt op toetreding. Voor een bedrijf dat zijn Llama-modellen met open gewichten uitbrengt, ligt pre-release-toetsing gevoeliger: zodra gewichten publiek zijn, is een toets vooraf lastiger af te dwingen dan bij gesloten modellen die via een API lopen. De discussie sluit aan bij het pleidooi van DeepMind-topman Demis Hassabis voor onafhankelijk toezicht op frontier-AI, en bij de vraag hoe streng zulke toetsen moeten zijn. De recente AI Safety Index 2026 liet zien dat zelfs de best scorende labs blijven steken op een krappe voldoende.

Amerika versus Europa

De Amerikaanse aanpak leunt op vrijwilligheid en nationale veiligheid. Europa kiest een andere route: de EU AI Act koppelt vanaf 2 augustus boetes aan overtredingen en legt verplichtingen op aan aanbieders van modellen met systeemrisico. Waar Washington labs uitnodigt om vrijwillig langs te komen, schrijft Brussel voor wat moet. Voor bedrijven die aan beide kanten van de oceaan actief zijn, betekent dat twee parallelle regimes met eigen drempels.

Wat betekent dit

Dat vier van de vijf grootste labs nu vrijwillig meelopen, laat zien dat overheidstoetsing vooraf snel de norm wordt in de VS, ook zonder wettelijke plicht. De positie van Meta is de echte graadmeter: houdt het bedrijf vast aan open gewichten zonder pre-release-toets, dan ontstaat er een tweedeling tussen gesloten modellen die door de overheid worden gekeurd en open modellen die dat niet zijn. Voor gebruikers en bedrijven in Nederland is vooral relevant welke modellen straks welk keurmerk dragen, en of dat de keuze voor een leverancier gaat sturen.