AI-campagnespotjes in de midterms kosten al 137 miljoen dollar
3 mins read

AI-campagnespotjes in de midterms kosten al 137 miljoen dollar

Amerikaanse campagnes en PAC’s hebben dit verkiezingsjaar al meer dan 137 miljoen dollar uitgegeven aan politieke advertenties die geheel of gedeeltelijk met AI zijn gemaakt. Dat blijkt uit onderzoek van het Wesleyan Media Project, waarover The New York Times op 16 oktober berichtte (samengevat door Political Wire). Ter vergelijking: in de cyclus van 2024 vonden dezelfde onderzoekers nog geen 50.000 dollar aan AI-spotjes.

Ruim 220 spotjes in 34 staten

De onderzoekers telden tot nu toe meer dan 220 AI-advertenties in 34 staten. Volgens Gizmodo toont bijna de helft een deepfake van een bestaande politicus. Veel spotjes proberen een lokale kandidaat te koppelen aan bekende Democraten als Hillary Clinton, Nancy Pelosi of Alexandria Ocasio-Cortez.

De verdeling is scheef. Republikeinse kandidaten en groepen zijn goed voor 81 procent van de gevonden advertenties en 88 procent van het geld. Democraten zitten op 12 procent. Co-directeur Travis Ridout verklaart dat zo: Democraten lopen meer reputatierisico met een middel waarvan ze zelf zeggen dat het gereguleerd moet worden.

Niet elk spotje is misleidend. Een deel gebruikt AI voor stockbeelden, menigtes of het tot leven wekken van oude foto’s. Reclamemaker Fred Davis van Strategic Perception zei tegen de Times dat een spot die vroeger bijna 2 miljoen dollar kostte, nu voor ongeveer 200.000 dollar te maken is. De Democratische senaatskandidaat James Talarico in Texas draait het om en sluit zijn spot af met “Made by humans. Not AI.”

Stel kijkt 's avonds televisie in de woonkamer tijdens de verkiezingscampagne

Weinig labels, veel ruis

Het lastigste cijfer gaat over transparantie. Volgens de Times meldde slechts 31 procent van de bekeken spotjes dat er AI in zat; Gizmodo komt op 27 procent. Dat terwijl ongeveer 30 staten een vorm van AI-disclosure verplicht stellen bij politieke reclame.

Het bekendste voorbeeld komt uit New York. De Republikeinse gouverneurskandidaat Bruce Blakeman plaatste sinds april minstens 22 AI-spotjes, waaronder een nepreclame waarin burgemeester Zohran Mamdani en gouverneur Kathy Hochul een “political delusion pill” aanprijzen. Zonder label. De Democratische partij in de staat diende in augustus een klacht in bij de kiescommissie. Blakemans campagne noemt de video satire en vindt dat daarvoor geen melding nodig is.

Opvallend genoeg vonden de onderzoekers minder overtuigende nepbeelden dan waakhonden hadden gevreesd. Veel ingrepen zijn klein, of zo absurd dat niemand ze gelooft. Beveiligingsexpert Bruce Schneier vat het in de Times samen: “The problem is deception.”

Lappendeken van regels

Een federale regel ontbreekt. Het Congres kwam er niet uit, en sommige staatswetten tegen deepfakes zijn door rechters tegengehouden omdat ze de vrijheid van meningsuiting zouden schaden. De American Association of Political Consultants lobbyt nu voor één federale norm die misleidende AI-content verplicht labelt. Tegelijk twijfelt Julie Sweet van die vereniging of een disclaimer kiezers helpt echt van nep te onderscheiden.

Dit onderzoek staat niet op zichzelf. Eerder deze week schreven we over buitenlandse AI-desinformatie rond de midterms en over deepfakes als bewijsmateriaal in de rechtbank.

Wat betekent dit

De verkiezingen van 3 november worden de eerste waarin AI-video op grote schaal in betaalde reclame zit. De prijsdaling maakt het voor elke campagne aantrekkelijk, en zolang labels ontbreken of als satire worden weggezet, ligt de last bij de kiezer. Europa kiest een andere route: de transparantieplicht voor deepfakes in de EU AI Act geldt voor alle gemanipuleerde beelden, en Italië werkt aan bescherming van stem en gezicht tegen deepfakes. Of die aanpak beter werkt, moet nog blijken. Wie wil zien hoe Amerikaanse staten AI per wet aanpakken, vindt een voorbeeld in de chatbotwetten van Californië.