Apollo-econoom: AI levert buiten tech nog niets op
Torsten Slok, hoofdeconoom van investeerder Apollo, zet in zijn Daily Spark van 24 oktober een flinke kanttekening bij het AI-optimisme. Volgens hem heeft AI het Amerikaanse bedrijfsleven buiten de techsector tot nu toe “zero financial payoff” opgeleverd. Het stuk stond binnen een paar uur op de voorpagina van Hacker News.
Wat de grafieken van Apollo laten zien
Slok vergelijkt de zogeheten Magnificent 7 (Apple, Microsoft, Alphabet, Amazon, Meta, NVIDIA en Tesla) met de overige 493 bedrijven in de S&P 500. Bij de grote zeven stijgen de omzet per werknemer en de winstmarges. Bij de rest blijven beide lijnen vlak. Een derde grafiek gebruikt de voor bezettingsgraad gecorrigeerde totale factorproductiviteit van de Federal Reserve Bank of San Francisco. Ook daarin ziet Slok geen enkel teken dat AI de productiviteitsgroei aanjaagt.

Het gaat om totaalcijfers. Apollo laat zien dat er een kloof is, maar bewijst niet per bedrijf dat AI die kloof veroorzaakt. Slok schrijft zelf dat er buiten tech nog geen bewijs is voor betere omzetgroei of marges. Dat woordje “nog” laat ruimte voor latere effecten.
Tokens als kostenpost
Het opvallendste punt gaat over gedrag. Gewone bedrijven gaan volgens Slok terug op de rem en zien uitgaven aan tokens (de eenheden waarin taalmodellen worden afgerekend) steeds vaker als kostenpost die op de marge drukt. Door durfkapitaal gefinancierde bedrijven verhogen hun tokenbudget juist. Voor dat beeld leunt Apollo op de AI Index van betaalplatform Ramp, waaruit blijkt dat AI-uitgaven bij een klein aantal bedrijven geconcentreerd zijn. Slok ziet in die tokenuitgaven ook de circulariteit terug die eerder vooral de financiering van AI-bedrijven werd verweten.
Dat staat in contrast met de aanbodkant. Amazon en Google meldden deze week nog dat hun AI-rekenkracht tot in 2027 uitverkocht is, en Goldman Sachs rekent op AI-uitgaven van 1,2 biljoen dollar in 2027. Zolang agents en tokenverbruik tot een klein deel van de economie beperkt blijven, zijn de macro-economische effecten volgens Slok zeer beperkt.
Tegengeluid van Brad DeLong
Econoom Brad DeLong reageerde dezelfde dag op zijn blog Grasping Reality. Hij accepteert de grafieken, maar zoekt de waarde van AI ergens anders. Volgens hem landt die grotendeels bij gebruikers, bij nieuwe bedrijven en bij platforms die hun klanten steviger aan zich binden. Hij verwijst naar werk van Erik Brynjolfsson en collega’s, dat stelt dat het consumentensurplus van generatieve AI de omzet ruim overstijgt.
Over beurskoersen komt DeLong toch bij Slok uit. Die kanalen leveren volgens hem geen explosie in gemeten bbp of winst op die de huidige waarderingen rechtvaardigt. Eerder waarschuwde ook het IMF al voor een correctie op AI-aandelen, terwijl OpenAI zijn waardering voor een nieuwe ronde verlaagde naar 1,25 biljoen dollar.
Wat betekent dit
Slok vat zijn stuk samen in één zin: het AI-verhaal wordt beslist in de S&P 493, niet bij de Mag 7. De vraag is of gewone bedrijven steeds goedkopere AI kunnen omzetten in meer omzet en hogere marges. Dat is volgens hem “harder than it sounds”, omdat AI weinig snapt van verantwoordelijkheid, vertrouwen en ongeschreven regels binnen een organisatie.
Voor Nederlandse bedrijven die nu licenties en tokenbudgetten afsluiten is de les praktisch. Meet per proces wat AI oplevert, bijvoorbeeld in doorlooptijd of foutpercentage, en kijk verder dan het aantal medewerkers dat de tools gebruikt. Wie dat niet kan laten zien, krijgt bij de volgende begrotingsronde dezelfde vraag die Slok nu aan de hele markt stelt.
