Nvidia mag H200-chips weer verkopen aan China
Nvidia mag zijn H200-chip weer naar China verschepen. Washington keurde de export goed onder een nieuwe regeling: fabrikant TSMC bouwt de chips in Taiwan, ze gaan eerst naar de Verenigde Staten voor een veiligheidscontrole en worden daarna met een heffing van 25 procent doorverkocht aan goedgekeurde Chinese bedrijven. Het is de meest concrete versoepeling van het chipbeleid sinds Washington vorig jaar de export van geavanceerde AI-hardware naar China vrijwel volledig had dichtgetimmerd.
Eerste leveringen al onderweg
Volgens Financial Times en Tom’s Hardware hebben ByteDance en Tencent inmiddels ieder zo’n 10.000 H200-versnellers ontvangen. Dat is nog maar een fractie van de ruim 400.000 chips die ByteDance, Alibaba en Tencent samen mogen afnemen van de tien bedrijven die eerder dit jaar een licentie kregen. Peking wil de hardware het liefst niet op het Chinese vasteland laten landen: bedrijven krijgen het advies de chips naar Hongkong te sturen, dat buiten de Chinese douanegrens valt. Het probleem is dat de stroomvoorziening daar niet is toegerust op grootschalige AI-training, waardoor de chips voorlopig grotendeels stilstaan.

Peking roept techbedrijven bij elkaar
De versoepeling zette in Peking meteen een intern debat in gang. Volgens Tom’s Hardware belegde de Chinese overheid spoedoverleg met Alibaba, ByteDance en Tencent om de werkelijke vraag naar de Amerikaanse chips in kaart te brengen. Een van de voorstellen die op tafel ligt: een plafond koppelen aan hoeveel binnenlandse AI-hardware een bedrijf al heeft gekocht of gepland, zodat de H200 niet de opbouw van Chinese chipmakers zoals Huawei ondergraaft. Dat spanningsveld is precies waarom de VS eerder dit jaar landen dwong te kiezen tussen een Amerikaans en een Chinees AI-blok: chips zijn allang geen technisch detail meer, maar geopolitieke munitie.
Een compromis, geen doorbraak
De H200 is niet Nvidia’s nieuwste chip. Het meest geavanceerde Blackwell-platform blijft voor China verboden gebied, en de regeling geldt vooralsnog als een middenweg: een volledig exportverbod zou de eigen Chinese chipontwikkeling alleen maar hebben versneld, terwijl vrije verkoop van de nieuwste hardware de VS ongemakkelijk maakt. Voor Nvidia is elke opening welkom. Het bedrijf leunt zwaar op datacenterklanten als degenen die eerder dit jaar met IBM en Together AI een cluster van 240 miljoen dollar optuigden, en ziet in China een markt die het jarenlang grotendeels heeft moeten missen door exportregels.
Wat betekent dit
Voor de Chinese techsector is dit vooral een testballon. Bedrijven als Baidu, dat recent nog forse groei in zijn ai-cloud liet zien, en chipstartups zoals Etched, dat onlangs zijn waardering verdubbelde, opereren in een markt waar de regels per kwartaal kunnen veranderen. Zolang Washington de kraan met heffingen en goedkeuringen open en dicht kan draaien, blijft toegang tot Nvidia-hardware voor Chinese bedrijven een politiek instrument in plaats van een gewone inkoopbeslissing. Voor de rest van de wereld is de boodschap dat de scheiding tussen Amerikaanse en Chinese AI-infrastructuur voorlopig blijft bestaan, alleen met net iets meer ruimte aan de randen.
